Verslag van een liefhebber 2021


Van ieder concert wordt verslag gedaan door Klaas Herman de Haan

Lees hieronder een terugblik op ons laatste concert op 13 november 2021







Gehoord, gezien en beleefd in de ZUIDERKERK in Enkhuizen het concert op zaterdag 13 november 2021, gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken door Anastasia Koslova, viool en Eva Tebbe, harp die samen het Lumen Ensemble vormen.


Het Babylon kwartet zegde af en deze musici waren de redders in de nood. Het programma heet: Tijden van verandering, Pärt, Bruch, Tsoupaki, Vaughan Williams, opnieuw Pärt, Sjostakovitsj en Ravel. Voorzitter Joke Poelsma heette alle aanwezigen van harte welkom en kondigde het concert op de haar eigen boeiende wijze aan met o.a. mededelingen over het 75 jarig bestaan en de uitgereikte quiz. Ze citeerde een gedicht uit 1919 van de in 1941 overleden Russische dichteres Marina Svetajeva: Mijn verzen. Elk werk werd beurtelings door een van de musici ingeleid op een speelse en gedegen wijze.

Arvo Pärt behoort tot de pioniers van het minimalisme. Hij studeerde aan het conservatorium van de Estse hoofdstad Tallinn. Na een spirituele crisis bestudeerde hij het Gregoriaans en de Renaissancemuziek en trad toe tot de Russisch-Orthodoxe kerk. In 1968 componeerde hij Credo waardoor hij botste met de Sowjet-censuur. Hij trok zich terug, bestudeerde Middeleeuwse muziek (Des Préz, Obrecht, Okeghem). Hij ontwikkelde de zgn. Tintinnabuli (klokjes) stijl. Hij vertrok in 1980 naar Wenen en vestigde zich later in Berlijn. Schreef veel religieus werk. Schreef vier symfonieën en diverse concerten. Zijn Spiegel im Spiegel uit 1978 is een veel gespeeld en geliefd werk en het werd op adembenemende wijze gepresenteerd door de beide vrouwen die van twee kanten spelend (viool) en zingend (harpiste) naar hun podiumplaats liepen. Daar klinken de eerste harptintinnabuli…Een immense stilte vervult de kerk, het gemoed en die stilte wordt merkwaardigerwijze niet doorbroken door de twee musici die in opperste concentratie hun instrumenten laten fluisteren, zingen, tintelen. Een wonder voltrekt zich aan ons wezen, de samensmelting van de tonen van deze twee snaarinstrumenten. De schier eindeloze herhaling van deze drieklank werkt verslavend, begeesterend en haast high-makend. Een ongelooflijke ervaring!

Max Christian Friedrich Bruch: Kol Nidrei opus 4, is een reeks variaties voor cello en orkest (arr. Eva Tebbe). Hij werd geboren in Keulen; Bruch studeerde bij Hiller en Reinecke, schreef een geslaagde operette op jonge leeftijd: Scherz, List und Rache. Zijn beroemde 1ste vioolconcert kwam in 1866 tot stand; hij werkte in München en Koblenz, vele koor- en orkestwerken componeerde hij in een traditionele stijl. In zijn latere loopbaan en leven raakte hij uit de gratie vanwege zijn conservatisme. Opus 47: Kol Nidrei = Alle geloften. Een reeks variaties voor cello en orkest. Een smeekbede, driemaal gezegd vlak voor Grote Verzoendag (Jom Kippoer) die de gelovige van ondoordachte en onbezonnen afgelegde geloften in het nieuwe jaar aan JWHW en de medemens moet ontslaan. De harp begint met de “orkestpartij” en de viool (een heel klein cellootje zoals Eva Tebbe zei) valt krachtig in met het overbekende thema: het smeken klinkt duidelijk door in deze prachtige melodie. Het vioolspel wordt allengs virtuozer en uitbundiger en het thema keert regelmatig terug in allerhande gedaanten, voluit gestreken waarbij de harpiste zich voortreffelijk kwijt van haar begeleidende en soms solistische taken: voorwaar een knappe prestatie, dit door haar gemaakte arrangement. Opvallend is de bijzonder goede akoestiek in de Zuiderkerk. Wat een geweldig melodievinder was deze Max Bruch: meeslepend, hartstochtelijk en zangerig!

Calliope Tsoupaki studeerde aan het Atheens Conservatorium, studeerde piano en compositie aan het Amsterdams Conservatorium bij Louis Andriessen, bij wie ze ook afstudeerde. Haar muziek wordt geprezen om haar melodieënrijkdom, de warme klank en heeft grote emotionele kwaliteiten; ze werd benoemd tot Componist des Vaderlands, een titel die ze gisteren overdroeg aan haar opvolger, Martin Fondse. Ze werd beïnvloed door de Griekse traditie en “Oude Muziek”. Ze schiep meer dan honderd werken in vele genres: opera, oratorium, dans, theater en vocaal. Thin Air for Violin and Harp. Tsoupaki schreef deze aangrijpende compositie in een poging compassie en verbinding uit te dragen in deze barre coronatijden. Het is niet voor bepaalde instrumenten geschreven en werd al talloze malen uitgevoerd in alle mogelijke combinaties, in deze zetting dus voor viool, harp en stem. De harp begint met losse combinatieklanken die door de viool wordt begeleid: ingetogen dan weer meer begeesterd; er komen dubbelgrepen op de viool. Unisonospel van beide, akkoorden die elkaar raken of uitsluiten. Eva zingt zonder woorden, indringend en loepzuiverzacht. Dan snelle harppassages, de viool die invalt met korte sequenzen, breed uitwaaierende klankweefsels. De stem klinkt weer, zacht en aarzelend en verbindend en de viool in het hoogste register besluit het bijzondere werk.

Ralph Vaughan Williams. Zijn tante Sophie leerde hem pianospelen, hij kreeg ook vioolles. Studeerde in Londen, Cambridge en Berlijn. Hij wordt beschouwd als een sleutelfiguur in het Engels muzikaal nationalisme. Hij heeft ook vele kosmopolitische kanten: kreeg les van Ravel in de jaren 1907-1908. Schreef symfonieën, koorwerken, rapsodieën, kamermuziek, missen, volksliederen… The Lark Ascending (De opstijgende leeuwerik): A pastoral romance for orchestra) begon hij in 1914, geïnspireerd door een gedicht van Meredith, werd door het uitbreken van WOI onderbroken waardoor het stuk pas in 1921 zijn première beleefde. Het heeft impressionistische trekken. Eva legt een metallofoontje naast haar op een stoel, waarop ze later enkele tikjes gaf. Snelle nootjes op de harp, de viool imiteert het zingen, het jubelen tot op grote hoogten, letterlijk en figuurlijk: zo ijl, zo zuiver, zo onschuldig voor zover je dat van vioolklank kunt zeggen. Dan heerlijke melodieën met volle en brede harpbegeleiding. Iedereen die wel eens het stijgend zingen van een leeuwerik heeft gehoord zal deze muziek herkennen. Een bijzonder zacht en teder slot lijkt aanstaande maar volop gaan beiden weer van start, zeer verrassend, dan de twee gongklapjes…en het vogeltje doet weer heerlijk van zich horen! Dubbelgrepen; harpsolo; zangerig thema met een verrassend slot waarbij de viool kwinkeleert en de harp zwijgt.

Arvo Pärt: Fratres (1977). Driestemmige muziek zonder voorgeschreven instrumentatie. Het is een betoverende reeks variaties op een thema van zes maten dat hectische actie en sublieme stiltes combineert. Pärt, citaat: “In deze muziek worstelen het moment en het eeuwige in ons.” Het begin als totaal contrast met de “Spiegel”: Bravourachtige en supersnelle loopjes van de violiste, dan de sterke basnoot van de harp en haar begeleiding. Het stuk valt bijna stil, en dan begint een teder samenspel waarbij de harp beklopt wordt. Een nieuw thema duikt op en het snelle vioolspel herbegint, met sterk begeleiding van de harp. (klopgeesten?) Gebroken akkoorden op de viool, sterk spel van beiden, meeslepend, indringend. Rustig stukje, dan zeer ijle vioolklank, kalm harpspel, het beginthema wordt stil herhaald, met de viool in het bovenregister. Een enkele klop en harptoon besluit dit bijzondere werk.

Dmitri Sjostakovitsj. Anastasia begint met een aantal intrigerende vooroudervertelsels. De componist was een kennis van haar grootvader, trombonist in het beroemde Petersburgse Symfonieorkest. Sjostakovitsj was een muzikaal wonderkind. Studeerde aan het Petersburgse conservatorium, waar hij bij Glazoenov met lof afstudeerde met zijn eerste symfonie. De latere Sjostakovitsj komt hierin al helemaal naar voren: meesterlijke orkestratie, bizarre contrasten en stekelige dissonanten. Hij genoot aanvankelijk een behoorlijke artistieke vrijheid die echter met de komst van Stalin drastisch zou worden ingeperkt. Verlamming aan de rechterarm speelde hem parten en later kreeg hij na elkaar drie hartinfarcten die hem sloopten. Hij schreef maar liefst 15 symfonieën, die hij nogal eens moest aanpassen of zelfs terugtrekken; zijn opera Lady Mcbeth uit Mtsensk (1936) werd verguisd door de partij: “Chaos i.p.v. muziek”. Een selectie uit de Préludes opus 34 in een arrangement van Zyganov en Auerbach. Het zijn 24 préludes, korte pianostukken gerangschikt volgens de kwintencirkel met één prélude in majeur en in mineur. Voltooid en uitgevoerd door de componist in 1933. (Ook Chopin schreef 24 Préludes en wat te denken van Bach met zijn tweemaal 24 Preludiums en fuga’s!). Drie Préludes uitgekozen. I. Stuk met vrolijke en droevige accenten, con sordino gespeeld. De harp begeleidt veelkleurig. II. In mineur, ook weer muziek met een traan en een lach. Soms wrang, soms zoetvloeiend. Een gedragen slot. III. Walsachtig, ook weer con sordino. Opgewekt-droevig zou men kunnen zeggen. Bijzonder: grote sprongen op de viool. Aparte muziek met een geheel eigen klankkleur en geschiedenis.

Maurice Joseph Ravel. Studeerde tweemaal aan het Parijse conservatorium, de laatste keer bij Fauré. Dong meermalen vergeefs naar de Prix de Rome. Schreef veel voor piano, liederen en orkestmuziek. Voorliefde voor Spaanse muziek, (werd geboren nabij de Spaans/Baskische grens, zijn moeder was Baskische) schreef voor les Ballets Russes Daphnis et Chloë. In W.O. I diende hij als chauffeur. Hij maakte in 1928 een grote concertreis door de VS en Canada, die de Boléro opleverde: geschreven in opdracht van Ida Rubinstein, mecenas en van origine Oekraïense ballerina. Ook het ontstaansjaar van het pianoconcert voor de linkerhand, geschreven voor pianist Paul Wittgenstein, die in de oorlog zijn rechterarm verloor. De in 1899 voor piano geschreven Pavane pour une infante défunte (voor een overleden Spaanse Prinses), bewerkte hij in 1910 voor orkest. Later distantieerde hij zich van dit vroege werk. (De pavane is Italiaanse/Spaanse hofdans uit de Renaissanceperiode.) De bekende en geliefde melodie komt tot leven in een plechtige en haast gewijde stemming , viool omfloerst, harp dienend; heel mooi. Begrijpelijk dat dit stuk geliefd was bij het publiek, later tot ongenoegen van de componist. De beide stemmen gaan een gelukkig huwelijk aan: ze omsluiten elkaar, ze dienen elkaar, ze gonzen van spelgenot. Een fijn luisterstuk!

Tzigane (1924), bevat veel verwijzingen naar de Roma en hun muziek. Geschreven voor Luthéal, een geprepareerde piano die klinkt als een….harp! Isaac Stern de beroemde violist (1920-2001): een oude Roma (zigeuner) vertelt over zijn leven , zang en dans, de vuursprong, beschuldiging van diefstal op de markt, de ontkenningen, dit alles hoorbaar in deze muziek). Vioolsolo met krachtige prestostreken die ons in de stemming van het Romaleven brengt. Een dans van beide instrumenten, steeds sneller-pizzicatospel, een harpsolootje. De vuurdans, gepassioneerd spel met tempowisselingen. Anastasia haalt vele capriolen uit op haar instrument. Steeds sneller en sneller en tenslotte de drie eindakkoorden tot besluit! Wauw! Enthousiaste bijval van het geestdriftige publiek. Dan de attenties en even voor half elf verlaten de musici het speelveld: het einde van een weergaloos fijn en indrukwekkend mooi concert! Hulde aan Anastasia Koslova (en haar voortreffelijke Nederlands!) en Eva Tebbe, hulde aan het Bestuur van onze 75 jarige springlevende Muziekkring Enkhuizen. Waarvan acte!

Klaas Herman de Haan, Liefhebber


42 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven