Verslag van een liefhebber 12 maart 2022

Gehoord, gezien en beleefd in de ZUIDERKERK in Enkhuizen het concert op zaterdag 12 maart 2022, gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken door het Borealis Trio dat bestaat uit: Anneleen Schuitemaker - harp, Carien de Bakker - viool en Marije Franken - fluit, altijd handig bij hun optreden: “Er is altijd een dokter in de zaal”: Marije is kortgeleden afgestudeerd als basisarts!

Een onconventioneel begin van het concert: Voorzitter Joke Poelsma introduceerde niet de musici van het Borealis Trio, maar degenen die deze middag de masterclass van het Trio hadden gekregen in de Drommedaris. Het resultaat ervan kregen we te horen en dat was veelbelovend, en mooi voor de prille duo’s zo te mogen optreden voor publiek. Aenestoso: Annah Postumius, viool en Anne de Vries, fluit en Dufonte: Hedwig Brieffies, harp en Iara Carvalho Perillo, fluit. Het eerste duo speelde een charmant werkje van Franz Hoffmeister, een tijdgenoot van Mozart: aangename en lichtvoetige muziek die mooi tot klinken werd gebracht. Het andere tweetal bracht het eerste deel van Marius Flothuis’ Sonata da Camera uit 1951 ten gehore, modern idioom, muziek die adequaat en overtuigend ten gehore werd gebracht en weer eens de mooie akoestiek van de Zuiderkerk illustreerde. Door dit onverwachte optreden moest het beoogde programma aangepast worden: Ibert werd na de pauze gespeeld en de fluitsolo Syrinx van Debussy, de Spaanse Dans van De Sarasate en Henson Conants harpsolo Baroque Flamenco verdwenen…

Claude Debussy: koosnaam Chilo- Debussy noemde zichzelf pas Claude op zijn 28ste! “Tot Bach zou elke componist moeten bidden om hem te behoeden voor middelmatigheid,” aldus Debussy in een recensie in 1902. Van eenvoudige afkomst, Prix de Rome in 1884: L’enfent prodigue. Werd beïnvloed door Wagner, Spaanse muziek en gamelan, die hij leerde kennen op de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1889. Hij was een groot vernieuwer van de muziek. Francois Lesure voltooide in 1977 een complete Opuslijst, met de zgn. L nummers. Petite Suite, 1888/89, origineel voor piano 4-handig, L 65 en knap bewerkt door en voor het Trio. Er zijn slechts een achttal werken voor deze bezetting geschreven. I. En Bateau. Andantino. Een zoet en zeer fijnzinnig werk voor deze prachtig accorderende instrumenten, die de impressionistische muziek van grootmeester Debussy volledig tot zijn recht doet komen. Je waant je echt in een bootje op het water. II. Cortège (optocht). Moderato. Statige ritmiek, vrolijk van karakter, die van E gr. naar D gr. moduleert. Af en toe in een opzwepend ritme. III. Menuet. Moderato. Als filigraan dooreengevlochten melodieën die prachtig samensmelten tot een smaakvol geheel en af en toe een “statement” van de drie instrumenten.

Henriëtte Renié: geboren in Parijs, was uitzonderlijk begaafd, eerst op piano later harp, ging op haar tiende naar het Conservatorium, en won gelijk de 2de prijs van het harpconcours en de 1ste op haar elfde! Was op haar 13de afgestudeerd. Ze volgde compositie- en harmonielessen bij Massenet en Dubois en componeerde in 1901 haar eerste harpconcert. Ze heeft talloze werken geschreven en trad tot op hoge leeftijd op. Zij was vroom katholiek waardoor ze in het uiterst seculiere Frankrijk onderscheidingen o.a. Légion d’Honneur en allerhande benoemingen misliep. Ze schreef ook een harpleerboek dat nu nog altijd gebruikt wordt, bewerkte veel werken voor harp, bv. 10 Preludes voor harp uit het WTC van Bach. Dit Trio werd origineel geschreven voor harp, viool en cello. Trio. Heel melodieuze muziek, knap en intrigerend gearrangeerd door het Borealis Trio zelf, waarbij ze voor het probleem stonden dat fluit en viool beide hooggestemd zijn en het werk voor cello, middenregister geschreven is. Briljant opgelost en geen moment het lage register van de cello gemist. Hulde!

Bohuslav Jan Martinu: Tsjechisch componist, violist en muziekpedagoog. Met Janàcek de belangrijkste componist uit het Tsjechië van de 20ste eeuw. Hij werd tweemaal weggestuurd van het Praagse Conservatorium wegens “onverbeterlijke achteloosheid”; hij besloot toen maar zichzelf het vak te leren. Vertrok naar Parijs in 1923, zijn leraar was daar Albert Roussel, werd in 1935 onderscheiden voor zijn Oratorium Marii met de staatsprijs. In Parijs was hij een der leidende figuren van de zgn. Parijse school. Hij schreef meer dan 400 werken. Harry Halbreich categoriseerde zijn werk en dat draagt daardoor een H-nummer. Promenades, geschreven in 1939 voor viool, fluit en clavecimbel. (H 274) I. Poco Allegro. Hoorden we de Tuilerieën, het Bois de Boulogne of het bootje varen in de vijver? Lichtvoetige en verrukkelijke klanken waarbij het drietal inspirerend samenspeelde. II. Adagio. Langzaam fluitend, heerlijke harpklanken, viool romantisch er overheen flemend, de harp prettig dominerend. Een zoet einde. III. Scherzando. Sterke ritmiek, een kleine caféscène? Dansant, huppelend, vrolijk met een lieflijk slot. IV. Poco Allegro. Het jachtige stadsleven komt in al zijn hectiek voorbij, maar vrolijk blijft het tot het einde toe.

Michael Glinka: Russisch componist. Met het oog op de Russische invasie in de Oekraïne kwam de vraag voor het Trio op: kunnen we deze componist nog wel spelen. Unaniem: Ja, want Michael Glinka heeft nagenoeg niets te maken met het Rusland van nu. Hij kreeg in St. Petersburg een jaar pianoles van John Field, leerde ook vioolspelen. Studeerde in Milaan, Wenen en Berlijn. Zijn opera’s Een leven voor de Tsaar en Roeslan en Ljoedmilla zijn beroemd geworden; hij was de eerste die opera op Russische thema’s ging componeren. Hij schreef symfonieën, ouvertures, kerkmuziek, cantates, vocale en kamermuziek. Drie Russische liederen (origineel voor viool, alt of cello en piano) I. Elegy: Bringe mich nicht unnötig in Versuchung. De fluit verbeeldt de zangstem die smekend zijn melodie voert, zo melancholiek, zo prachtig zangerig gespeeld waarbij de anderen begeleiden en meesmeken. Wat een schitterende muziek! II. Wiegenlied. Harp introduceert, fluit geeft weer de liedmelodie en de viool heeft een prachtige tegenstem, harp begeleidt musisch en opgetogen. Het kindje zal hierbij beslist in slaap gevallen zijn; ook hier weer die melancholieke ondertoon. III. Der Zweifel. Fluit en harp zetten gedragen in, viool komt met een fraai thema, dat plechtig voorgedragen wordt. Hoor je een rivier stromen, de wind vriendelijk en zacht en zoel over het weidse land gaan? Ontwijfelbaar: wat een emotioneel rijke muziek!

Jacques Ibert won in 1914 prijzen voor harmonie, contrapunt en fuga. In 1919 Prix de Rome; hij schreef zeven opera’s, veel balletten, toneel- en filmmuziek, concerten voor verschillende instrumenten en veel muziek voor kleine bezetting. Zijn stijl wordt omschreven als: amusant, typisch-Franse esprit, gedurfd en soms kwajongensachtig. Dit werk bracht tien jaar geleden op het Amsterdamse conservatorium deze drie vrouwen samen, voor hen dus een emotioneel en bijzonder werk! Zijn Deux Interludes (Tussenspelen) geschreven in 1946, origineel geschreven voor viool, fluit en clavecimbel I. Andante espressivo. Een zangerig thema ontvouwt zich, harp gaat dan even solo en heel mooie en weemoedige doorwerking: ik kan me voorstellen dat ze hiervoor vielen! II. Allegro vivo. De vonken spatten uit harp, fluit en viool. dan een wat mysterieuze sfeer. Wat een belevenis en wat een heerlijk stuk muziek: zoiets brengt je bij elkaar!

Darius Milhaud: was van Provençaalse afkomst. Hij studeerde viool aan het Parijse conservatorium, stapte al gauw over naar compositielessen bij Widor, d’Indy en Gédalge. Hij verbleef tijdens WO I in Brazilië, waar hij sterk beïnvloed werd door de volksmuziek daar. Terug in Frankrijk: Groupe des Six, Honegger, Poulenc en anderen. Week uit naar de VS in 1940 waar hij doceerde in Oakland. Tot zijn leerlingen hoorden Dave Brubeck, Burt Bacharach, Steve Reich, Karl-Heinz Stockhausen en Iannis Xenakis. Milhaud schreef symfonieën, opera’s, concerten voor diverse instrumenten, Saudades do Brazil, filmmuziek, werk voor harmonie-orkest etc. Uit Scaramouche: Brazileira, opus 165b, voor piano en saxofoon. Een overbekend en ongelooflijk vrolijk, zelfs hilarisch werk en opnieuw een knappe bewerking. Fijn ritmisch, pittige harpklanken, de viool imiteert een kikker met intrigerend gekras, de fluit overjubelt het geheel, een luisteraar op de eerste rij hanteert met verve de eerder aangereikte sambabal: kortom: FEEST! Na de bijval krijgen de musiciennes hun attentie en een opgetogen publiek verlaat de kerk: enigszins verkild door de temperatuur maar heerlijk verwarmd door de Braziliaanse klanken van Trio Borealis!

Klaas Herman de Haan, Liefhebber



17 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven