• mbarendsen

Verslag van een liefhebber 2020

Bijgewerkt: mrt 6



Van ieder concert wordt verslag gedaan door Klaas Herman de Haan


Lees hieronder een terugblik op ons laatste concert op 4 december in 2020


Gehoord, gezien en beleefd in de ZUIDERKERK in Enkhuizen het door corona uitgestelde concert van 10 november, gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken door Combattimento op vrijdag 4 december 2020. Het nu optredende ensemble bestaat uit Cynthia Freivogel en Quirine van Hoek, viool, Marjolein Dispa, altviool, Madeleine Bouissou, die Diederik van Dijk verving, cello en Pieter Dirksen, klavecimbel. Combattimento is de voortzetting van het vroeger Combattimento Consort Amsterdam dat in 2014 ophield te bestaan. De titel is tamelijk strijdlustig want combattimento betekent Gevecht. Ik denk dat dit ensemble deze betekenis niet letterlijk neemt maar zeer zeker gepassioneerd met muziek bezig is. Op het programma zijn mooie baroknamen vermeld en vanzelfsprekend ontbreekt de familienaam Bach niet. Minder bekend zijn Janitsch en Graun, componisten die een niet onbelangrijke rol hebben gespeeld in de muziekcultuur van het Pruisische hof van Frederik II de Grote. Thema van het concert is: Van Leipzig naar Berlijn. Voorzitter Joke Poelsma opende het concert op haar eigen plezierige wijze. Johann Gottlieb Janitsch, geboren in het Silezische Schweidnitz, nu in Polen gelegen als Swidnica, in de buurt van Wroclau, voorheen Breslau. Richtte in 1738 in Rheinsberg (in de buurt van Schwerin) de Freitagsakademien op, waar zowel professionele als amateurmusici optraden. Deze Akamdemien werden voortgezet in Berlijn waar Janitsch werkte als contrabassist en violist aan de kapel van het Pruisische Hof van Frederik II de Grote. Zijn meeste werk is bewaard gebleven als handschrift in de bibliotheek van de Singakademie van Berlijn. Hij schreef o.a. een tachtigtal sonates voor kleine bezetting. Sonata da Camera D gr. voor 2 violen, altviool en continuo. *Largo. Met een rustig thema dat prettig in het gehoor ligt wordt geopend. Er is een lichte onbalans tussen strijkers en clavecimbel waar te nemen, maar dat kan ook aan de plaats van Uw Liefhebber gelegen hebben. De klank is licht, de muziek is verfijnd. *Allegro. Opgewekte barokklanken die in dit oude godshuis bepaald stemmig opruisen en zeer op hun plaats zijn. Violen enerzijds, alt en cello anderzijds (resp. links en rechts van het klavecimbel opgesteld), spelen een charmant spel van vooropgaan en navolgen. Balans beter. Er wordt blij en enthousiast gemusiceerd en dat is prettig om naar te kijken en te luisteren. Het slot wordt beurtelings door de strijkers ingezet. *Vivace assai. Bijzonder interessante muziek. Een mooi gespeelde fuga ontrolt zich. De snelle passages wekken bewondering. Het samenspel is voorbeeldig. De Amerikaanse celliste (knap trouwens om op zo korte termijn in te vallen en hoe!) speelt geconcentreerd haar partij en dat geldt voor alle spelers. Een fijnzinnig stuk muziek. Johann Sebastian Bach, dé Bach. De Thomascantor in Leipzig, waar hij naarmate de tijd voortschreed steeds vaker in aanvaring kwam met de besturen van de kerk, de Thomasschule en het stadsbestuur. Hij deed dan ook verschillende pogingen om uit het tamelijk steile Leipzig weg te komen maar dat mislukte steeds. De zes sonates BWV 525-530 zijn voor orgel geschreven: voor de beide manualen en het pedaal, trio dus. Bach stelde ze samen voor Wilhelm Friedemann uit ouder werk (cantates, orgelwerk en kamermuziek). Alleen de 6de is speciaal voor de collectie gecomponeerd. Ze worden beschouwd als de meesterwerken van zijn orgelcomposities, maar zijn ook de moeilijkste. Triosonate in g kl. BWV 528a viool, altviool en continuo. (bewerkt door P. Dirksen, de clavecinist). *Adagio/vivace. Een melancholiek begin waarbij het spel tussen violen en alt prachtig tot zijn recht komt. Een levendig vervolg. De cello begeleidt met korte streekjes hetgeen een aangenaam effect sorteert. Dit is zo’n heerlijk Bachstuk dat bij mij altijd de gedachte oproept: Ga door, laat het niet ophouden...Goede balans nu tussen strijkers en klavecimbel. *Andante. Een statig thema dat bijna plechtig wordt voorgedragen. Toch heeft het een licht dansant karakter! Men speelt op moderne instrumenten maar gebruikt wel de baroktechniek met weinig of geen vibrato. Deze muziek maakt inkerend gelukkig. De reconstructie mag als knap en zeer geslaagd worden beschouwd. Hulde aan Pieter Dirksen. *Un poc’ allegro. Cello en alt zetten in, cello en klavecimbel vallen in bij dit heerlijke thema dat zowel vrolijk als beschouwend klinkt. Een zeer lichte toets valt op, is enigszins in tegenspraak met de mimiek van de spelers die ernstig is en een uiterste concentratie verraadt. Op en top genieten was het hier.

Carl Heinrich Graun werd geboren in Wahrenbrück (100 km ten zuiden van Berlijn). Hij had nog twee oudere broers die ook componeerden. Hij kreeg een gedegen muzikale opleiding in Dresden en had een mooie opera- tenorstem. Hij werd in 1740 aangesteld als kapelmeester van de nog te bouwen Opera (nu nog aan de Unter den Linden!), schreef 34 opera’s en zijn oratorium Der Tod Jesu wordt nog jaarlijks opgevoerd in Berlijn op Goede Vrijdag. Sonate in C gr. voor cello en continuo. *Largo. Rustig begin, zoetvloeiend klankweefsel, cello duidelijk het solo-instrument, de klavecinist volgt en begeleidt voortreffelijk: een bekoorlijke combinatie. Het blijft natuurlijk een wonder dat toch op dat beperkte aantal noten zo ongelooflijk veel goede en mooie muziek gecomponeerd is! *Poco allegro. Een dansante zelfs enigszins hupse muziek die vol overtuiging gebracht wordt. *Allegretto. Een menuet-achtig stuk met bijzonder aardige echo-effecten in de cellopartij die gepassioneerd werden voorgedragen. Een fijn luisterstuk. Johann Christian Bach, de jongste zoon van JS, de Italiaanse en Londense Bach genaamd. Hij kreeg les van zijn vader en na diens dood van halfbroer Carl Philipp Emanuel, met wie hij vanaf 1750 (Johann Christian was toen pas 15) samenwoonde in Berlijn. Van 1754-1762 was hij in Italië, werd RK, componeerde een aan aantal opera’s. Vanaf 1762 woonde en werkte hij in Londen, waar hij gedurende 20 jaar de populairste componist was. Organiseerde als eerste publieke concerten, samen met Karl Abel, en volksconcerten aan de Theems. Hij liet een groot oeuvre na waaronder dit Quattro in G gr. WB 66 voor viool, altviool, cello en klavecimbel. *Allegro. Een galant muziekstuk waarin het klavecimbel nu eens heerlijk solo spelen kon. Het is dan ook een concert voor klavecimbel of fortepiano en strijkers. De vervlechting van beide partijen, enerzijds de snaren, anderzijds de solist is opmerkelijk. Je hoort de vroege pianoconcertjes van de jonge Mozart hier in terug, die heeft nog bij Johann Christian op schoot gezeten, toen de Mozarts Engeland aandeden op hun concertreizen. (april 1764 tot augustus 1765). Het werd een vreugdevolle uitvoering hier in de Zuiderkerk in Enkhuizen. De klavecimbelsolo, beschouwend en serieus, het intermezzo gaat vloeiend over in een *Vivace assai. De strijkers vallen bij en vervolmaken het geheel. Zoals bij een concertante schrijfwijze gaan de violen hier ook hun zalige gang, waar de solist het overneemt en verder borduurt op het elegante en lichtvoetige thema. Reprise. Wat een volle klank van cello en alt. En samen met de beide violistes wordt een kostelijk klankpalet voor ons uitgerold gelardeerd met klavi-klanken van de bovenste plank. Een belevenis van jewelste! Een markant slot en enthousiast applaus als blijk van waardering van het publiek. Wilhelm Friedemann Bach, de oudste zoon van J.S. en Maria Barbara en de Hallese Bach genoemd. Voor hem schreef vader Bach een Klavierbüchlein, een muzikaal leerboek. Hij bezocht de Thomasschule. Papa stelde voor hem speciaal de zes orgelsonates samen. Friedemann studeerde aan de Leipziger Universiteit ook filosofie en wiskunde en kreeg vioollessen van de broer van C. H. Graun: Johann Gottlieb. Vader Bach bezorgde hem de post van organist aan de Sophienkirche in Dresden. Van Dresden naar Halle, naar Braunschweig, naar Berlijn, waar hij na een populaire periode in kommervolle omstandigheden stierf. Sinfonia in F gr. (Fk67) voor twee violen, altviool en continuo. *Vivace. Een krachtige start, een dissonantje hier en daar en bijzondere harmonieën: zo zet W.F. Bach deze Sinfonia neer. De vele themaherhalingen: apart. Brede streken wisselen elkaar af met heel korte klankjes hetgeen een apart effect sorteert. Heel bijzondere muziek. *Andante. Een dromerig, beschouwend stuk waarin weer aparte harmonische vondsten opduiken en af en toe ook contrasten die je even doen opveren. Het klavecimbelspel is ingetogen en duidelijk en spits aanwezig. De violistes wedijveren in ppp-spel. Een haast fluisterend slot. *Allegro. Zeer levendig, Sturm und Drang, felle passages met grote tegenstellingen. Als een waterval klatert het klavecimbel door de vioolklanken heen. Men musiceert op topniveau: Bravo! *Menuetto 1 en 2. Deze aangename menuetten brengen ons in de juiste sfeer om straks glimlachend de Zuiderkerk weer te kunnen verlaten. Je ziet de elegant geklede dames en heren gepoederd en bepruikt dansen...Een verrukkelijk slot. Een gedenkwaardig optreden is voorbij (helaas) met de gebruikelijke waardering in natura voor de musici als besluit. Pluim voor het Bestuur dat dit concert toch weer heeft weten te organiseren en alle door corona opgeworpen barricaden heeft weten te nemen! Op naar het nieuwe jaar: uw LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan heeft er nu al weer zin in!






20 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven