top of page

Calefax 9 mei 2024




Gehoord, gezien en beleefd in de Drommedaris in Enkhuizen het concert op 9 mei 2024 gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken door Calefax, met als leden: Olivier Boekhoorn- hobo, Bart de Kater- klarinet, Raaf Hekkema- saxofoon, Jelle Althuis- basklarinet en Alban Wesly -fagot.

 

Het laatste concert van dit seizoen voor Muziekkring Enkhuizen, ditmaal door het al meer dan veertig jaar bestaande CALEFAX Rietkwintet, een unieke blazerscombinatie met een indrukwekkende staat van dienst. Zij zijn de uitvinders en vormgevers van het rietkwintet. Virtuoos spel, briljante arrangementen en een frisse podiumpresentatie kenmerken hun stijl. Zij brengen vanavond het programma Streetwise, een brutaal en veelzijdig programma dat bol staat van levenslust. En meteen bij aanvang ontvouwde zich de schrik van elke recensent: het programma geschiedt volgens een totaal vrije en andere volgorde dan aangekondigd met ook nog een aantal verrassingen.

 

          Celia Swart (1994) Componist, saxofonist, beeldend kunstenaar. Studeerde compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zij schreef o.a. voor  Koninklijk Concertgebouw Orkest, het Riciotti Ensemble en Remy van Kesteren en voor Calefax. Leidt een eigen jazzgroep. Ze is beïnvloed door film en verhalen. Werk o.m. Generaties om mij heen, Losing voor piano, voor blokfluitkwartet, Reflecties voor harp en orkest, Les secrets de l’air voor sopraansax en piano.  Première nieuw werk. “De nieuwe Binnenweg”. Op een rijtje staan hoboïst Boekhoorn, klarinettist De Kater, fagottist Wesly, basklarinettist Althuis en saxofonist Hekkema te spelen en je zou het stuk kunnen omschrijven als een stortbad van klankkleuringen en toonschilderingen. Het lijkt van alles: atonaal, veel dissonanties, Althuis geeft af en toe tekens aan de rest. Men speelt van Ipads of blad, soms met heel vreemd gevormde klankkleuren. Was het wellicht een van de aangekondigde verrassingen? Een ongewone en opmerkelijke ondervinding op muziekgebied in elk geval. De componiste is in persoon aanwezig en krijgt na de uitvoering van haar werk een attentie uit handen van Joke Poelsma. Deze eerste verrassing begon rond 20.15 uur waarbij niet elke concertbezoeker doorhad dat het stuk begonnen was. Niettemin zeer de moeite waard. Joke beschrijft het unieke karakter van het kwintet, ook hoe men aan de naam gekomen is: de naam van een oud gebouw op het Bickerseiland in Amsterdam waar de beste lassers van het land hun thuis hebben, gespot door Raaf Hekkema die daar ooit eens rondliep.

 

          Er komen vanavond maar liefste drie blinde straatmuzikanten voorbij. Jacob van Eyck, Moondog en  A Ping uit China en zijn werk is getiteld: De maan weerspiegelt in de vijver. De sfeer is meteen intens, bespiegelend, zacht, waarbij men samen een schitterend palet aan Chinees aandoende klanken neervlijt in de zaal. De hobo is vervangen door een piepkleine fluit van 20 cm. De muziek kabbelt rustig soms ook rusteloos voort. Sax en klarinet soleren, de anderen ondersteunen tot het tot een aangenaam weerspiegeld slot komt. Een bijzonder werk en even opmerkelijke ervaring. De volgende blinde straatmuzikant dient zich aan:

 

          Jacob van Eyck (1589/90-1657. Jonkheer Jacob van Eyck werd blindgeboren in Den Haag maar groeide op  in Bergen op Zoom waar hij  het carillon leerde bespelen. Van Eijck was echter ook virtuoos op de blokfluit, een kunst die hij op zomeravonden liet horen op het St.Janskerkhof aan verbaasde wandelaars. Straatmuzikant bij uitstek dus! Hij deed dat voor niets maar kreeg vanaf 1649 ervoor betaald. Vanaf 1644 publiceerde hij zijn composities voor blokfluit tot 1649. “Der Fluyten Lusthof”, opgedragen aan Constantijn Huijgens, die een verre neef van hem was.   Het eerste deel heette “Euterpe oft Speelgodinne”. Het zijn 1250 composities, variaties  op psalmen en populaire melodieën, volgens het zgn. breekproces: het omspelen van de themanoten in steeds kleinere notenwaarden (diminuties). In 1617 was hij in Heusden waar hij “Camponoloog” (klokkenkundige) en beiaardier werd. Hij werkte nauw samen met de legendarisch geworden klokkengietersbroers Pieter en François Hemony, die o.a. de beiaarden van Zutphen en Deventer creëerden (1644). Maar in 1623 was hij al in Utrecht om te adviseren over het nieuwe carillon van de Domkerktoren; hij werd in 1625 stadsbeiaardier in Utrecht. In 1618 volgde zijn benoeming tot “Directoir der Clockwercken” van  stad. Zijn grafschrift luidt:

               In mond en vingeren/en scherpheijdt van gehoor/in fluijt en klokkenspel/een aller eeuwen wonder.

Uit: der Fluyten Lusthof speelt Calefax Variaties op een lied van John Dowland (1563-1626). Come Again.

Oliver Boekhoorn neemt de fluit ter hand en mond en draagt het lied voor dan volgen de variaties  door het kwintet, soms schril, soms zoetvloeiend maar steeds is het thema herkenbaar, de klanken van de contrabasklarinet, de  supersnelle loopjes van een ieder maken dit lied tot een warrelend feestje. Een wedstrijdje tussen sax en klarinet en de kwinkelerende fluit erbovenuit. Het is zo bijzonder deze vijf briljante spelers zo geïnspireerd, zo begeesterd, zo geconcentreerd en zo vrolijk en ontspannen tegelijk te horen en te zien spelen.  En dit alles als hommage aan de blinde straatmuzikant Jonkheer Jacob van Eijck uit de verre 17de eeuw die als het ware even om de hoek kijkt en goedkeurend “knickt”. Hartelijke instemming van de uitverkochte zaal.

 

          Moondog (1916-1999)  New Amsterdam. Moondog was de artiestennaam van Louis A.M. Hardin, componist, muzikant, dichter. Hij vond ook nieuwe muziekinstrumenten uit, zoals de Oo (harpje) en de Trimba (percussie). Hij bespeelde al zelfgemaakte trommels toen hij vijf jaar oud was. Na een ontplofte dynamietstaaf werd hij blind. Hij was autodidact en had speciale interesse in de muziek van de Indianen. Van 1950 tot 1974 was hij straatmuzikant in New York, gekleed als Viking waarbij hij zijn gedichten verkocht aan voorbijgangers. Hij beïnvloedde componisten als Steve Reich en Philip Glass. In 1974 ging hij in  Duitsland wonen waar hij in 1999 overleed. Hij bracht diverse singles en elpees uit. New Amsterdam is een gedicht van Moondog:

 

 New Amsterdam was her name                         No matter what name she goes under

 I dig her deeply and no wonder                          Before she was New York.

New Amsterdam is a dame                                  For she’s been lovely to me

The heart and soul of big apple city                   And I’m the better for having met her

 

De klarinet begint met een  uitgesproken melancholieke klankwereld op te roepen., dan vallen basklarinet en hobo in, de stemming voortzettend. Fagot  volgt en tenslotte de sax. Het is rustgevende, mooi in het gehoor liggende muziek, die in korte zinnetjes voor het voetlicht gebracht wordt. Tenslotte reciteert  Raaf Hekkema de eerste strofe en vallen de anderen hem bij in de tweede. Een mooie ervaring beloond met ovationele bijval.

 

          Georg Philipp Telemann (1681- 1767) Een veelzijdig en vruchtbaar componist, dirigent en organist, die hij werd ondanks de tegenwerking van zijn moeder, die jong weduwe werd. De jonge Telemann nam deel aan opera-uitvoeringen in Brunswijk en Hannover, hij studeerde rechten  in Leipzig, kwam in contact met Händel en later met Bach, maar onzeker is wanneer, zo worden genoemd 1706/1708.Telemann heeft in Frankfurt am Main gewerkt van 1712 tot 1721  en schreef daar 70 soloconcerten. Beroemd zijn/waren zijn Tafelmusiken. Bach bewonderde hem: Telemann  werd in zijn tijd beschouwd als de grootste componist. In 1721 verhuisde hij naar Hamburg  waar hij cantor werd van de vijf (!) hoofdkerken, waarvoor hij meer dan 1000 cantates schreef. Hij gaf vele concerten met zijn Collegium Musicum en werd leider van de Hamburgse Opera, waarvoor hij meer dan 50 opera’s schreef. Zijn productie is werkelijk duizelingwekkend: meer dan 3000 opusnummers, meer dan Bach en Händel samen! Concert voor Hobo en strijkorkest TWV 51 in e kl.t. Klassiek geschoolde oren spitsen zich: wat een vertrouwde sounds hier. Oliver speelt de solopartij natuurlijk, beheerst en geconcentreerd. Het herhaalde thema klinkt  vertrouwd tussen de oude stenen van de oude Drom. Aangename muziek, verrukkelijk verklankt en  verrassend hoe mooi  deze instrumenten samen de klankkleuren mengen tot een heerlijke zoetgevooisde muziek. Het Presto, zo lekker virtuoos gespeeld: bewonderenswaardig. Het Largo, een bedachtzaam intermezzo waarbij  de hobo natuurlijk de boventoon voert. Het herhaalde snelle huzarenstukje: fijn om naar te luisteren en mooi om het speelplezier af te lezen van gezicht en lichaamshoudingen van deze rasmuzikanten. Het volgende ontspannen thema zingt de ruimte in en zo gaat fraai klinkend ensemblespel rustig naar de coda toe. Het laatste stukje virtuositeit van alle vijf in  een voorbeeldig samenspel. De sonore fagot zorgt voor een stevig fundament. Sax en klarinet soleren, de anderen ondersteunen. Een aangenaam slot. Enthousiaste bijval.

 

          Joe Jackson (1954): Loisaida. (De naam is een verbastering door de Spaanstaligen van Lower East Side.) David Ian (Joe) Jackson is een Engels muzikant, zanger en liedschrijver. Hij leerde viool spelen maar ging over op piano. Speelde in bars op zijn 16de en studeerde compositie aan de Royal Academy of Music in Londen. Hij richtte de Joe Jackson Band op in 1979. Men speelde een mix van Rock, Jazz en New Wave. Na vele albums in dit genre ging hij over in een meer klassieke richting. Hij speelt saxofoon, piano, orgel, accordeon, vibrafoon en synthesizer.  Loisaida is een track van het album Body and Soul uit 1984, een mix van Pop, Jazz en Latin. Het thema wordt op de sax voorgedragen en begeleid door de band en Joe himself op de piano. Tegen het einde breiden rinkelende synthesizergeluiden de  pianostructuur uit naar een hogere frequentie. Rustig begin, krachtig gespeeld,  klarinet en sax soleren. Bijna gedragen zou je kunnen zeggen is deze muziek. Dan een bespiegelend stukje, aangevoerd door de basklarinet. Het wordt steeds luider en schriller dan weer rustig voortgaand waarbij de klarinet overduidelijk aanwezig is. Een zoet eind en luide bijval is hun deel.

 

                    Raaf Hekkema componeert ook en dus na de pauze een compositie van hemzelf. Op het podium staan allerhande ingenieuze digitale en elektronische apparaatjes waar de spelers af en toe wat aan morrelen, maar ook gewone luidsprekers, hetgeen al met al een apart schouwspel oplevert. Variërende ritmes klinken uit de speakers, beurtelings speelt een der musici. Wesly heeft zijn instrument ingeruild voor een soort minifagotje van 20 cm  dat lijkt gemaakt van een stuk witte elektriciteitsbuis, terwijl het mondstuk er een  van een fagot is. Ook Boekhoorn heeft een soort schalmeitje  waarmee hij lustig improviseert. Ritmes veranderen in snel tempo en er spelen ook allerhande ritmes door elkaar.  De spelers veranderen die setting  door de kastjes te manipuleren; men speelt lekker samen, improviserend, men loopt over het podium door elkaar als in een moderne dans en men wordt voor deze show beloond met een klaterend applaus.

 

          De Verrassing uit New York: Florence Anna Maunders (1979) : Dropp’d Hard. Zij is geïnteresseerd en geïnspireerd door zo’n beetje alles wat muziek is en maakt en gemaakt heeft in heden en verleden, in de hele wereld. Veelvuldig gelauwerd met tientallen onderscheidingen oa. de Calefax Reed Award. Langzaam ontstane klanken die elkaar in de weg lijken te zitten, op aparte wijze gevormd ook. Korte stootjes op de diverse instrumenten doen komisch aan. Dansante stukjes, sterk gepuncteerde ritmes, felle harde klarinetklanken, soms lijken de instrumenten elkaar na te zitten in een wirreling van klank. Fel, hard, daarna weer korte stoten en die overgaan in lange halen, die weer uitmonden in een korte coda. Instemmend applaus klinkt op.

 

          Moondog krijgt nog een tweede stuk, waarbij Raaf Hekkema de intro zingt. Een rustig en vrolijk stukje New Yorks straatleven wordt ons voorgetoverd!  Erg mooi! Bijval natuurlijk.

 

           George Gershwin (1898-1937) An American in Paris, rapsodie of symfonisch gedicht. Hij was een  zoon van Russische emigranten die in 1890 van Petersburg naar New York kwamen; van Gershovitz naar Gershvin tot Gershwin. Eerst pianoles en later harmonie- en compositielessen. Hij werd plugger en ontwikkelde daardoor zijn grote improvisatietalent, brak door in 1918 met Swanee. Hij schreef tientallen liederen voor operettes (La La Lucille bv). En dan natuurlijk Porgy and Bess, uit 1935 de eerste opera voor een geheel zwarte cast. Zijn pianoconcert is uit 1925. Hij maakte een reis door Europa, waar hij grootheden als Ravel, Stravinsky, Milhaud, Poulenc en Boulanger ontmoette. Vanaf 1929 zijn in de VS de Gershwin festivals. Het stuk is duidelijk door de jazz beïnvloed en is geïnspireerd door zijn Parijse verblijf van 1926/28. Er hoort zelfs een autoclaxon bij de uitvoering. De basis vormen fragmentjes uit “Very Parisienne”, een kleine compositie die hij zijn Parijse gastheer en -vrouw Robert en Mabel Schirmer cadeau deed. Gershwin: “Ik wilde de indrukken weergeven die een Amerikaan ondergaat die Parijs bezoekt, al slenterend door de stad,  zo de Franse sfeer proevend.” 

Het stuk is veelvuldig gearrangeerd. Ook door  de Koning der Arrangeurs Raaf Hekkema. Men speelt de laatste episode, met dat beroemde slepende thema door de klarinet gespeeld. Men stelt zich in “slagorde”op en daar komen de Parijse straatklanken heerlijk tevoorschijn. De choreografie werkt geweldig, een feest voor alle zintuigen. Ze spelen op een rij lopend en  staand, dan weer vrij bewegend over het podium, de beperkte ruimte optimaal benuttend. Op een rijtje vlak voor het publiek, rug aan rug, in een pentagram en onderwijl maar voortdurend die verrukkelijke Gershwinmuziek over ons uitstortend, uitsproeiend, als een meiregen zo fijn Dit valt eigenlijk niet in woorden te vatten, dit moet men gezien en ervaren hebben.

Een publiek dat dolenthousiast reageert. Als dit geen feest is… Staande ovaties gejuich, geroep… dit maakt men niet vaak mee na afloop van een Muziekkringconcert. En er kwam nog een toegift! Van de blinde Stevie Wonder: Overjoyed dat natuurlijk met hetzelfde enthousiasme werd beloond.

 

          Voorzitter Joke deelde als gewoonlijk de attenties uit aan de musici en zette daarna nog Liefhebber Klaas in het zonnetje met een charmant toespraakje en een mooie cadeaugeste namens het Bestuur van de Muziekkring. Ooit secretaris, programmeur en dus al tijdenlang chroniqueur van de concerten. Waarvan acte! Een waardige afsluiting van een prachtseizoen. Op naar het volgende. Hulde aan het Bestuur!

 

         Klaas Herman de Haan, Liefhebber.

8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Kommentare


bottom of page