Muziekkring Enkhuizen

Hťt podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Privacybeleid

 

Gehoord, gezien en beleefd in Cultureel Centrum de DROMMEDARIS in Enkhuizen, het vierde seizoensconcert gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken (sinds 1946!) door Pianist DaniŽl van der Hoeven op woensdag 12 februari 2020.

 

De keuze voor pianist DaniŽl van der Hoeven was een gouden greep van het Bestuur. De gelouterde en gelauwerde klaviervirtuoos had een sfeervol dansant programma voor ons samengesteld met als titel: Dansend door Europa. Divers en verrassend van Bach tot Bartůk  en van Grieg tot Escher. Bij elk te spelen stuk gaf hij een interessante toelichting. De opening werd als vanouds verricht door de voorzitter Joke Poelsma op de haar bekende charmante wijze en de pianist verscheen onder applaus in rokkostuum en vertelde dat hij dat had aangeschaft vanwege een uitvoering van Petroesjka met het Rotterdams Filharmonisch Orkest.

 

Van de Franse Suites van Bach zijn vele kopieŽn gemaakt (door studenten!) en dat doet sterk vermoeden dat ze geschreven zijn voor lesdoeleinden. Het zijn korte stukken en ze hebben een betrekkelijk  lichte textuur. De Franse dansen zijn vlot, springerig, statig, elegant, ingetogen, hoofs: kortom heel aangenaam om naar te luisteren.  Nr 3 in b kl BWV 814. I. Allemande. Rustig en ingetogen, mooi en stemmig en op de fraaie klank van de Yamahavleugel kwam Bach goed tot zijn recht. II. Courante. Fijn vlot stuk waarin de melodieŽn spannend over het voetlicht werden gebracht in een heerlijk licht toucher. III. Sarabande, de lievelingsdans van de pianist. Beschouwend, af en toe dromerig met een mooie linkerhand. IV.  Menuet & Trio. Elegant en vrolijk stuk in krachtige aanslag, mooi en gedecideerd gespeeld. V.  Anglaise. Hier spreekt de meester en DaniŽl bleek een bijzonder inspirerende vertolker. VI. Gigue. Een pittige en snelle dans en feest om naar te luisteren en te zien spelen! Bach en DaniŽl op hun best.

 

Grieg: Vijf Noorse volksdansen en –liederen opus 17. Deze vijf dansen/liederen zijn onderdeel van 25 stuks die Grieg bewerkte naar de dansen en liedjes van de volkslied en     volksdansverzamelaar Ludvig Lindeman. Grieg gaf er zijn eigen draai aan zodat ze flink opschoven richting de klassieke muziek. Hij toonde zich een meester in het erin verwerken van nieuwe harmonische klankkleuren. !, 3 en 5 waren echte dansen, 2 en 4 volksliedjes. Vuurwerk, bescheidenheid en liefde, stevig spel, nadenkend en , lieflijk en zacht en in het laatste stuk verleenden snelle arpeggio’s deze dans een lichtvoetig karakter en loopt uit in een daverend slot. Fijne muziek, fijn gespeeld.

 

Debussy: La Danse de Puck, opus 117. De Prťlude als genre is geliefd: denk aan Bach met zijn Wohl Temperirte Clavier  en Chopin. De 12 Prťludes van Debussy’s eerste boek hebben alle een titel die aan het eind van elk stuk staat: Musica primo! La Danse de Puck verwijst naar de Midzomernachtsdroom van Shakespeare en is de elfde in de reeks. Puck, hofnar van elvenkoning Oberon, is een schelm die onberekenbaar is en dat is ook goed te horen in het stuk van Debussy. Hups en huppelend vliegen de vingers over de toetsen, de klanken vloeien in elkaar over en de herhaling van de cis-dis geeft een apart effect. De plotselinge onderbreking van het dansmelodietje door een signaal van Oberons magische hoorn is opmerkelijk. Razendsnelle loopjes als een soort bokkensprongen volgen elkaar op en de klankkleuren worden zo heerlijk op het klavier geschilderd. Prachtig! Debussy gaf veel aanwijzingen in de partituur. Zo schrijft hij Aťrien (los van de grond, luchtig) bij de 30ste maat!

 

DvorŠk: Dumka en Furiant en Polkaopus 12. Geschreven in 1884 in opdracht van  de Engelse muziekuitgever J. W.  Coates  voor diens Magazine of Music. Eveneens uitgegeven in Praag  in 1885 bij F. A. Urbanek voor de dochter van een van DvorŠks vrienden. Dumka is een dans en een lied, met een lyrisch begin, een meeslepende melodie waarin DvorŠk zo uitblinkt. Kort gehuppel, de zangerige hervatting met een stevig ritme eindigend. De Furiant een  snelle dans, die snel, trefzeker en gedecideerd gespeeld werd met veel diskantwerk en de Polka als een vrolijke uitsmijter. Fijne muziek!

 

Ravel: La Valse opus 211 is origineel voor piano geschreven. Er is ook een versie voor 2 piano’s en het bekendst is natuurlijk die voor orkest. “Het is niet zomaar een wals, het is een wals over een  wals die over zichzelf heen walst”. Volgens de componist wordt in deel I de wals geboren, in deel II hoor en zie  je de wervelende en rondzwevende dansparen van het Wenen van Johann Strauss en familie; in deel III zijn we getuige van een keizerlijk dansfeest en als het hoogtepunt bereikt is stort de wals ineen. De oorspronkelijke opdracht was van Diaghilev de man van Les Ballets Russes, maar deze vond het een antidansstuk en keurde het af. Choreografe Ida Rubinstein maakte vervolgens de bekende choreografie van  het stuk. Met twee handen aan de baskant schildert onze pianist  de mist waaruit de wals wordt geboren en doemt heel in de verte de keizerlijke balzaal op. Geheimzinnig klinkt het zeker waarbij de linkerhand bijna overuren moet maken, en dŠŠr komt de wals tevoorschijn in een overdonderend kader van klank. Gas terugnemend, maar de wals blijft. Na enkele virtuoze explosies volgen lieflijker walstonen, hoewel er ook iets schrillers doorheen schemert. We komen in rustiger vaarwater en daar zijn de beroemde glissandi over het klavier . Een buitengewone virtuositeit is hier vereist en die bezit Van der Hoeven in hoge mate! Klasse! Daar zwieren de dansparen en wat gaan ze tekeer. Hallucinerende passages volgen, je raakt helemaal in de ban van deze opzwepende muziek die betovert en bedwelmt. Het slot ontaardt haast in een “bad trip” die de dans doet smoren in een Orgie van Klank. Verbijsterend, verbluffend en daverend applaus natuurlijk voor deze pianistische hoogstand!

 

Bartůk:  Zes Roemeense dansen, opus 68.  Hij moet dezelfde liefde voor de Roemeense volksdansmuziek gehad hebben als voor zijn eigen Hongaarse. Het zijn zes  bondige en contrastrijke stukjes die hij in 1915 voor piano schreef en hij bewerkte ze vrijwel meteen voor klein orkest. Bij de presentatie van deze dansen sprong er spontaan een knoopje van Van der Hoevens gilet hetgeen voor de nodige hilariteit zorgde. Het had gelukkig geen invloed op de muziek!  I. Jocul cu B‚ta of Stokdans uit TranssylvaniŽ in 2/4 maat. II. Br‚ul of Lendedoekdans uit Totonal, in 2/4 maat. III Peloc of Stampdans in 2/4 maat.  IV Buciumeana of de Horlepiep uit Tora in ĺ maat.  V. Poarga Romaneska (Roemeense Polka) uit Bihar in 2/4maat.  VI. Manuntelul ook uit Bihar, in 2/4 maat. Al deze dansen werden met schwung, sierlijkheid en soms met bravoure gespeeld, mooi ritmisch en dikwijls vrolijkmakend. Fijne muziekstukjes!

 

Escher: Arcana Musae Dona opus 9. Rudolfs vader was een halfbroer van Maurits Escher, de graficus.  Bij het bombardement op Rotterdam ging veel werk van de eerste verloren. Verzetsactiviteiten weerhielden hem echter niet van componeren: “Mijn werk heeft door die oorlog een soort zwaarte gekregen, zelfs iets verbetens, die duidelijk maakt dat het gegroeid is te midden van rampen”. Hij was zeer kritisch op zijn werk, zů zelfs dat hij meerdere composities vernietigde. Hij werd beÔnvloed door Debussy en Ravel. De seriŽle muziek kon hem niet bekoren. I. Preludio. Hoorde je de oorlogsdreigingen in dit donkere begin? Klankschilderingen geheel aan de diepste baskant. Korte frases,  dan iets lichtvoetiger tonen die weer overgaan in heftige klanken van laag naar hoog:  angstaanjagende akkoorden. II.Toccata  Als een perpetuum mobile een onafgebroken stroom van klanken, een waterval van tonen die spanning en toch een zekere opgewektheid uitstralen. DaniŽl speelt zeer geconcentreerd en alsof het hem geen enkele moeite kost deze notenvloed voort te brengen. Hoor ik geweervuur? Een mitrailleur? Terwijl de tonen stromen aan de diskant stopt het ineens. Onwezenlijke stilte. III. Giaccona. Als een klokkenspel, een beiaard, tinkelen de klankjes door de Syngentazaal. Het Hemonycarillon boven in de Drommedaristoren houdt zijn adem in… Gracieuze korte fragmenten volgen elkaar sneller dan wel langzamer op. Verder in rustiger vaarwater. Klankschilderijen van de bovenste plank. Donker spel aan de baskant en opnieuw dreiging en tenslotte dooft het pianogeluid langzaam uit. IV. Finale. Een zevenjarig leerlingetje van DaniŽl omschreef de Finale als volgt: Het lijkt op een stofzuiger. Waarvan akte! Snelle bastonen lijken weer de dreiging op te voeren, de spanning is te snijden. Af en toe een kleine eruptie, de linkerhand is haast overactief, de rechter speelt lange notenguirlandes. Staccatospel. Het slot is lichtelijk verbijsterend van tensie en emoties.  Ovationeel applaus. Wilt U nog een stukje horen? Natuurlijk wilden de toehoorders dat en zo speelde meesterpianist DaniŽl van der Hoeven als toegift zijn  laatste troef: de Sarabande uit de Tweede Franse Suite van Johann Sebastian Bach. Totale verstilling. En zo kwam een  subliem einde aan dit sublieme optreden! Kijk nu al weer uit naar het volgende optreden voor de Muziekkring in de Drom! LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan.

.

Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2019-2020

 

Seizoen 2018-2019

 

Seizoen 2017-2018

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012