Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Gehoord, gezien en beleefd in de DROMMEDARIS in Enkhuizen het EXTRA (Benefiet) CONCERT gegeven door Brook Cuden, viool en Jeroen de Groot, piano op zaterdag 13 mei 2017.

 

En zo kregen we zomaar een extra concert aangeboden van de Muziekkring. In de Drommedaris om ons te vergewissen van de geluidskwaliteiten van optredenden en gebouw, alsmede gelden te genereren voor IRYO. Violist Jeroen de Groot is initiatiefnemer en medeoprichter van IRYO, het International Refugee Youth Orchestra  dat tot doel heeft muziekonderwijs te geven aan de 400 kinderen van het vluchtelingenkamp Kara Tepe op het Griekse eiland Lesbos. Beide musici hebben in de loop der jaren al een belangrijke plaats veroverd in het internationale muziekleven. Allerhande muziekprijzen hebben ze in de wacht gesleept met hun meeslepend en technisch volmaakte spel. Jeroen won in 1985 het Oskar Back-concours en Brook Cuden in de VS in 1997 de MTNA State Collegiate Piano Competition. Teneinde het benefietconcert tot een succes te maken werden Cd’s verkocht. Behalve de locatie was ook de aanvangstijd gewijzigd: 20.15 i.p.v. 20 uur. Op het programma Bach (JS), Ravel, De Sarasate, Van Beethoven en Saint-Saëns. In tegenstelling tot de sonates en partita’s voor Klavier zijn deze vioolstukken niet tijdens Bachs leven uitgegeven: dat gebeurde in 1802 en 1843. Yehudi Menuhin noemde ze de “grootste bouwsels voor de viool”; hij nam ze als eerste integraal op in de jaren dertig. George Enescu sprak van “de Himalaya van de violisten”.

 

De entree  van de nieuwe locatie is verrassend te noemen: een moderne entourage in een eeuwenoud gebouw. De bovenzaal, die ook als filmzaal wordt gebruikt is flink kleiner dan de Nutszaal. Bovendien is hij rond en vrij laag en dat komt de geluidskwaliteit helaas niet ten goede. Toch viel er op ander gebied genoeg te genieten en te bewonderen: het uitstekende zitmeubilair, het verrassende uitzicht, het zicht vanaf de oplopende stoelenrijen op het ontbrekende podium dat ook nogal klein is waardoor een  wat groter ensemble moeilijk te herbergen zal zijn. De zaal was goed gevuld en dat was plezant. De Voorzitter opende op de haar bekende vlotte wijze het concert. Jeroen de Groot legde in het kort uit wat zijn bemoeienissen met het YRIO behelzen. Hij opende met de Chaconne uit de 2de Partita voor vioolsolo BWV 1004 uit 1720.  Het is het meest dramatische stuk dat Bach  schreef voor soloinstrument. Hij schreef het na terugkomst van een reis die bijna drie maanden duurde en bij thuiskomst bleken zijn vrouw Maria Barbara maar ook drie van zijn kinderen te zijn overleden maar ook al te zijn begraven… Het stuk werd lang als onspeelbaar beschouwd. Er zijn dubbelgrepen met smartelijke kreten er tussendoor. Verstilde momenten die diep aangrijpen. Er zijn verschillen in tempo en sterkte. Dit requiem voor Bachs geliefden in een indrukwekkende vertolking op het scherp van de snaren.

 

De Sonate voor viool en piano van Ravel. Hij was de ‘langstzittende’ student ooit: 14 jaren deed hij erover maar het bijzondere is dat hij zijn leraar Fauré beïnvloedde! Meestal is dat andersom. Dit werk, waaraan hij vier (!) jaar schreef,  is geïnspireerd door de muziek van de klassieke bluesband van W.C. Hardy en ook door George Gershwin die hij in die tijd ontmoette. Allegretto. Het is zeer krachtige muziek en wàt een tegenstelling met Bachs solo-vioolwerk. Er zijn lieflijke klanken, ijle viool, rustige pianotonen: de Yamahavleugel klinkt goed en helder, maar af en toe wat rauw. De akoestiek van de zaal is niet geweldig, hij is  droog, het geluid kan moeilijk weg. Allengs klinkt het heftiger, dan weer kabbelende passages. Moderato, blues. Gitaarspel op de viool als begin, springerige piano en dan breken de blues los, kostelijk om te horen. Men speelt er vrolijk op los, het bluesritme opnieuw, tokkelen lekker tegen de maat in; slaan met de strijkstok op de snaren in het ritme van die blues. Allegro assai. Perpetuum mobile. Piano begint met korte motiefjes de viool beantwoordt. Dan razendsnel vioolspel dat aan de Vlucht van de Hommel doet denken. Wilde passages wisselen  af met minder wilde. Deze muziek vraagt het uiterste van beide musici niet alleen technisch maar ook fysiek.

 

Martin Meliton Pablo de Sarasate y Navascués: een hele mondvol, maar hij was dan ook een vrouwenverleider met zijn heldere blauwe ogen (en dat voor een Spanjaard). Hij bezat twee Stradivariussen. De Boissier uit 1713 en een van 1724 nu in het bezit van resp. het Conservatorium van Madrid en het Musée de Musique in Parijs. Introduction e Tarantella. Romantische meeslepende melodieën ontlokte Jeroen aan zijn instrument en Brook zorgde voor adequate begeleiding. Virtuoos: hoe snel en trefzeker moet een violist zijn dit te spelen. Héél snel en héél trefzeker en virtuoos en dat was Jeroen de Groot volop: razendsnel, warm, met dansende vingers en strijkstok waarvan hij er soms een veelvoud leek te bezitten!

 

De pauze kon op de tweede verdieping worden genoten; dat is een fraaie gelegenheid die volop ruimte biedt om elkaar te ontmoeten in een smaakvolle omgeving met een smulrijke gebaksattentie waarop stond: welkom in de Drom. Na de pauze Beethoven, en niet zijn 1ste  niet zijn 3de  opus 30 (zoals aangekondigd in programmablad) maar zijn 5de  Sonate voor viool en piano, in F gr. Opus 24, de Frühling, of ook wel Le Printemps.  Allegro. Een mooi zangerig thema dat expressief werd voorgedragen. Een echte Beethoven, waar je blij van wordt. Brook Cuden speelde af en toe vrij hard naar mijn smaak maar gelukkig bleek ze ook echt PIANO (p) te kunnen spelen. De reprise maakte nog eens duidelijk hoe geniaal deze muziek is. De kleine motiefjes kwamen op kousenvoetjes de Dromzaal in. Adagio, Molto espressivo. Een arcadische Beethoven, met zijn herhalingen en donkere bassen in de pianopartij. De wisselingen tussen majeur en mineur werken hier prachtig. Scherzo. Fijne syncopische maten die herhaald  werden. Allegro ma non troppo. Het Frühlingsgevoel komt door deze muziek terug en vrolijkte alle concertgangers op. De vioolpartij zette Jeroen stevig neer, met veel schwung en enthousiasme. Ook de pianopartij werd door Brook Cuden met verve en geestdrift gespeeld. Een heerlijk slot.

 

Camille Saint-Saëns: Introduction et Rondo Capriccioso opus 28. Dit werk componeerde hij voor Pablo de Sarasate in 1863. Een rustig begin, dan sonoor spel; het overbekende rondo met brille en glans gespeeld. Het is een echt bravourstuk waarmee je kunt tonen wat je op je instrument vermag en wat je als violist in huis hebt. Het stuk eindigt met vuurwerk zoals het hoort. Ook Brook Cuden toonde wat ze op de vleugel kan en dat is niet mis. Een groot applaus klaterde op. We werden getrakteerd op een mooie toegift: Nathan Milstein, legendarisch violist, bewerkte Chopins Nocturne in c klein opus 37 voor viool en piano. Een prachtig lyrisch stuk zowel voor de piano als voor de viool. Opnieuw applaus. Het laatste concert seizoen 2016-2017 van de Muziekkring was vergleden. Een opmerkelijk seizoen met een jubileum: het 70-jarig bestaan gevierd en tenslotte een breuk in die traditie van 70 jaar. Het nieuwe seizoen zal moeten uitmaken of de keuze voor de Drommedaris als nieuwe thuisbasis voor de Kring een goede was. De bezoekers gaan er in elk geval in comfort en ambiance erg op vooruit. Liefhebber geeft het bestuur het voordeel van de twijfel. Tot ziens en horens in oktober in de Drom!

 

LIEFHEBBER.


Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012