Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Privacybeleid

 

ANBI status

Gehoord, gezien en beleefd in de ZUIDERKERK in Enkhuizen, het vijfde, door corona uitgestelde seizoensconcert van 17 maart, gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken door celliste Anastasia Feruleva  en pianist Frank van de Laar op vrijdag 11 september 2020.

 

Dat was een bijzondere ervaring: eerst al in de rij voor de ingang van de Zuiderkerk, vervolgens de ambiance van dit mooie 15de eeuwse godshuis betreden en je verwonderen over  de aparte opstelling  geheel volgens het coronaprotocol:  wijd uiteenstaande zitplaatsen die het verschil van de knusheid van een verblijf in de Drommedaris extra benadrukten. Een groot compliment aan het Bestuur van de Muziekkring dat alles goed doordacht en uitgevoerd had. Het concert was er niet minder om gelukkig! Een optreden  dat door twee mooie musici gegeven werd. Frank van de Laar als doorgewinterd pianist (hij speelde lang geleden ooit voor Muziekkring nog in de Nutszaal aan de Patershof) en de getalenteerde celliste Anastasia Feruleva; zij bespeelt in bruikleen een prachtig instrument gebouwd door de Nederlandse cellobouwer Rombouts uit 1710.

 

De titel van hun programma was Ballingen, en bevatte componisten die ooit vertrokken waren uit hun geboorteland: Stravinski en Rachmaninov uit Rusland, Chopin uit Polen en Martinú uit Tsjecho-Slowakije. Een uiterst boeiende klankwereld werd ons deel. In een gloedvol welkomstwoord kondigde voorzitter Joke Poelsma de musici aan.

 

De Suite Italienne van Stravinski is gebaseerd op het ballet Pulcinella, dat zijn eerste uitvoering beleefde in Parijs, nagenoeg 100 jaar geleden: op 15 mei 1920.  Pulcinella is een soort Jan Klaassen  en een figuur uit de Italiaanse Commedia dell’Arte. De Suite Italienne is op dit ballet gebaseerd en de componist ontleende thema’s aan Giovanni Batista Pergolesi en de Nederlandse 18de eeuwse Nederlandse componist Unico,  graaf van Wassenaer. Stravinski schreef de Suite in 1932/33 i.s.m. Gregor Pjatigorski.  Tot 1913 woonde en werkte Stravinski in Rusland, St. Petersburg, van 1914 tot 1920 in Zwitserland, van 1920 tot 1939 in Frankrijk en van 1939 tot zijn dood in 1971 in de VS.   

I. Introduzione. Een gloedvolle start met een mooi 18de eeuws thema, dat fijnzinnig uitgewerkt werd.  De warme klanken van de cello verenigden zich voortreffelijk met klank  van de vleugel. Tot ieders verrassing waarschijnlijk was het geluid voortreffelijk, het vulde de ruimte van deze twee-beukige hallenkerk en kwam  goed tot zijn recht. II. Serenata. Ingetogen werd deze serenade voorgedragen als een oase van rust in deze woelige tijden, o.a. met kunstige dubbelgrepen van de celliste, een heerlijk zangerig, echt cantabile. III. Aria. Een levendige voordracht, swingend a.h.w. en lichtelijk opzwepend, de wisselende pizzicati op cello en zelfs op de vleugel! Snelle glissandi, romantische passages. Wat een schitterend geluid produceert deze Rombouts cello in de koesterende handen van deze Anastasia Feruleva! IV. Tarantella. (Een snelle meestal door vrouwen gedanste Italiaanse dansvorm in 6/8ste of 2/4 maat,  genoemd naar Tarente in Zuid-Italië.) Heel snelle passages waarbij cello en piano elkaar achternazaten als in een dolle carrouselwedren. Opzwepende klanken en hier bewezen beide musici de feilloze beheersing van hun instrument. Klasse! V. Minuetto e finale. Een gedragen mooi thema dat zoetvloeide onder de  gewelven. Weer pizzicati, dubbelgrepen, met daarna grote sprongen door de ladders. Een verrukkelijke finale waarin muzikaliteit en virtuositeit in innige omhelzing deze muziek tot een feest maakten. In de laatste maten kwam de vroege Stravinski nog even zijn opwachting maken. Wat een heerlijke muziek!

 

Chopin: Largo uit de Sonate opus 65. Deze sonate is het laatste werk dat tijdens zijn leven werd gepubliceerd en is opgedragen aan Auguste Franchomme, met wie Chopin het werk uitvoerde op  16 februari 1848 in de Parijse  Salle Pleyel, en was daarmee tegelijk ook diens laatste openbare concert. Het Largo staat in Bes groot. Een smachtend beginthema op de cello dat Chopinesk begeleid werd door de pianist. Mooi hoe beurtelings cello en vleugel leiden en begeleiden. Een intieme sfeer ondanks de grote ruimte die de Zuiderkerk toch is. Heerlijk samenspel, een fluisterend slot dat je even de adem deed inhouden.

 

Martinú: Sonate nr 2, H 286, waarbij de H staat voor Harry Halbreich, Belgisch musicoloog die diens werk gecatalogiseerd heeft. De sonate werd opgedragen aan Frank Rybka.  De jonge Martinú werd tweemaal van het Praags conservatorium verwijderd wegens “onverbeterlijke achteloosheid”, hij  werkte lang in Parijs en begin WOII vertrok hij met zijn vrouw Charlotte naar de VS waar hij in 1952 Amerikaans staatsburger werd. In 1957 vertok hij naar Zwitserland alwaar hij in 1959 overleed. Hij schreef o.a. 17 opera’s, 6 symfonieën, 22 soloconcerten. Deze cellosonate is de middelste van het drietal dat hij schtreef.  I. Allegro. Krachtige start, zeker melodieus en erg ritmisch, heftige accenten. Bijzondere muziek waarin Tsjechische volksmuzikale elementen doorklonken. Snelle toonladdertjes fladderden op beide instrumenten. Energie! Langs lange lijnen; zeer geconcentreerd gespeelde muziek.   II. Largo. Plechtige inzet van de vleugel gedragen in fijn zangerig cellospel, veel  in het lage register en hoe overweldigend vol dat klonk. Piano en cello als volwaardige “partners-in-music”. Pianosolo van ppp naar fff en de cello valt krachtig bij. Bewonderenswaardig samenspel, een ware belevenis met dank aan Martinú, de spelers en dhr. Dick Grasman die zich een vaardig bladomslaander toonde. Een stilmakend einde was ons deel.  III. Allegro comodo (rustig, gemakkelijk) –Allegro. Eerder een licht presto! Fel, snel en meeslepend. Korte motiefjes die door de celliste werden overgenomen. Vlot, haast hups, vrolijk, opgewekt zijn passende begrippen hierbij. Ritme, syncopisch dansend langs de toonladders en samen stromen ze huppelend naar de finish toe! Een belevenis van formaat!

 

Rachmaninov: Sonate in g kl t. opus 19 uit 1901; componist, pianist, dirigent en pedagoog, hij schreef zelf zijn naam met dubbel f aan het eind. Componeerde tijdens zijn studie aan het Petersburgs Conservatorium zijn eerste pianoconcert in 1892 en vlak na het beroemde tweede (opus 18) de Sonate opus 19 voor cello en piano. Hij werd beďnvloed door Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, Chopin en Liszt. Vierde triomfen in Europa, verbleef drie jaar in Dresden, ging regelmatig naar de VS, waar hij vanaf 1909 regelmatig verbleef en in 1934 voorgoed. Volgens hem was Griegs pianoconcert het allerbeste ooit.

 I. Lento-allegro moderato. Een welhaast aarzelend begin, zachtmoedig en dan komt het moderato op gang: breed de cello, mooi begeleid. De Rachmaninov-touch breekt in alle kracht door, brede melodielijnen, de (stort)vloed van virtuoze pianoklanken. Een fijn luisterstuk met afwisselend verstilling en opzwepende gedeelten.  II. Allegro scherzando. Het begin deed even denken aan de pianopartij van Schuberts Erlkönig. Scherzando was het beslist in het verdere verloop van dit deel. Gelukkig ook verstilling en reflectie, en af en toe vloog een vleug pianoconcert door de kerk.  In dit deel was de cello duidelijk de begeleidende partij.  III Andante. Solo piano met een mooi golvende melodielijnen waarop de cello invalt op dezelfde golflengte. Cello duidelijk begeleidend. Brede klankstromen: de Wolga, de Lena? Dat waren gedachten die bij me opkwamen.  IV. Allegro mosso (bewogen). Piano start krachtig, de cello valt in. Nu neemt de celliste het heft in handen en in brede streken laat ze een fraai thema horen, fijntjes omspeeld door de piano. Ook hier weer de tegenstelling van heftige gemoedsbewegingen in de muziek naar intieme kamerklanken. Nu naar een opgewekt slot denk je  en dan komt er nog een heel mooie intieme episode, weliswaar doorspekt met fff en ppp en dan op naar de coda! Prachtig optreden dat na het applaus werd afgesloten met een heerlijk stukje van Gabriel Fauré: Aprčs un Rčve.  Het eerste (inhaal)concert van de Muziekkring was ten einde en smaakt, zoals altijd, naar meer. Nogmaals complimenten voor het Bestuur dat het mogelijk maakt in deze bijzondere tijden te kunnen genieten van “concerten op hoog niveau” zoals de missie van de Muziekkring bij de oprichting in 1946 werd verwoord. Waarvan akte.

 

LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan.

.

Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2019-2020

 

Seizoen 2018-2019

 

Seizoen 2017-2018

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012