70 jaar
Muziekkring

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Het Dudok Kwartet

Concert

Vrijdag 13 januari 2017

Aanvang 20.00 uur

Zaal: Nutszaal

 

Vrijdag 13 januari 2017, Nutszaal, Enkhuizen, aanvang 20 uur.

Programma: werken van Schubert en Sjostakovitsj

 

Judith van Driel, viool

Marleen Wester, viool

Lotte de Vries, viool

David Faber, cello

 

Het Dudok Kwartet studeerde in juni 2013 met de hoogste onderscheiding af aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie. Mede door hun successen op internationale concoursen wordt het kwartet erkend als een van de meest veelbelovende jonge strijkkwartetten van Europa.

In november 2014 ontving het Dudok Kwartet de Kersjesprijs, een jaarlijkse prijs die uitgereikt wordt aan uitzonderlijk talent in de Nederlandse kamermuziek.

Daarvoor was het Dudok Kwartet in mei 2013 laureaat en prijswinnaar van twee speciale prijzen op het 7e Internationaal Concours voor strijkkwartetten Quatuors à Bordeaux. Het Dudok Kwartet won daarnaast eerste prijzen op het 1e Internationaal Strijkkwartet Concours in Radom in 2011 en op het 27e Charles Hennen Internationaal Kamermuziek Concours in 2012. In november 2012 wonnen zij de 2e prijs op het 6e Internationaal Kamermuziek Concours Joseph Joachim in Weimar.

De leden van het Dudok Kwartet leerden elkaar kennen bij het Ricciotti Ensemble.

In 2009, kort na de oprichting van het kwartet, begon het aan een twee-jarige post-graduate opleiding bij het Alban Berg Quartett aan de Hochschule für Musik in Keulen.

Daarna studeerden zij twee jaar aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie bij Marc Danel. Andere belangrijke mentoren waren Eberhard Feltz, Peter Cropper en Stefan Metz.

Op het gebied van hedendaagse muziek werkte het Dudok Kwartet samen met Mark-Anthony Turnage, Kaaija Saariaho, Calliope Tsoupaki en Max Knigge aan de uitvoering van hun composities.

Verder werkte het kwartet samen met prominente gast-musici, zoals Hannes Minnaar, Pieter Wispelwey, Dmitri Ferschtman, Mikhail Zemtsov, Quirine Viersen en Marc Danel.

Het kwartet gaf concerten op vele festivals, zoals de kamermuziekfestivals in Almere en op Schiermonnikoog, het Grachten Festival, het Orlando Festival, Linari Classic Festival (Italië), Festival Música da Cámara (Spanje) en Festival Quatuors à Bordeax (Frankrijk).

Daarnaast traden zij op in toonaangevende zalen in Nederland en in Frankrijk, België, Duitsland, Oostenrijk, Polen, Hongarije, Spanje, Italië, Cyprus en Tsjechië.

Hoogtepunten van het seizoen 2015/2016 zijn onder andere optredens in het Concertgebouw in Amsterdam en het Konzerthaus in Wenen en de première van een nieuwe opera van Kaaija Saariaho in samenwerking met De Nationale Opera en countertenor Philippe Jaroussky in een van de hoofdrollen.

De naamgever van het kwartet, Willem Marinus Dudok, was een bekende Nederlandse architect. Ook was hij een groot muziekliefhebber: hij kwam uit een muzikale familie en componeerde in zijn vrije tijd.
'Meer dan aan alle bouwkunstenaars heb ik aan de componisten te danken', schreef hij. 'Ik voel diep de gemeenschappelijke basis van de muziek en de architectuur: ze ontlenen immers beide haar waarde aan de juiste maatverhoudingen.’ 

Judith van Driel

Als concertmeester van het Ricciotti Ensemble leerde ze leiding geven, maar zag vooral hoe indrukwekkend het kan zijn om mensen te raken met de muziek die je maakt. Naast haar studie in Amsterdam bij Kees Koelmans en Peter Brunt, heeft zej een jaar in Wenen gestudeerd bij Günter Pichler van het Alban Berg Kwartet.

Ze geeft al jaren met heel veel plezier les aan kinderen van 6 tot 19 jaar, waarbij ze zegt minstens zoveel te leren van hen als zij van haar.

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest heeft ze een jaar lang gespeeld in het kader van de Orkestacademie. Dat was een fantastische ervaring. Toch raakte ze er steeds meer van overtuigd dat ze niets liever wilde dan strijkkwartet spelen. Als strijkkwartet ben je onafhankelijk, kun je doen wat je zelf wilt.

Het is geweldig om met z'n vieren plezier te hebben op het podium en het publiek daarin mee te nemen. Als ze een solo speelt, kan ze daarin alle vrijheid nemen, omdat ze weet dat de anderen haar altijd ondersteunen.

Marleen Wester

Er wordt van haar gezegd dat ze al vanaf haar derde een fascinatie voor de viool had. Dat een strijkstok die simpelweg over een snaar beweegt een klank kan maken die tot in je binnenste doordringt vond ze heel bijzonder en die fascinatie is altijd gebleven. Dat ze zo intensief kwartet zou gaan spelen had ze tijdens haar studie in Amsterdam (bij Lex Korff de Gidts en Peter Brunt) niet gedacht. Het conservatorium was voor haar een soort speeltuin waarin je overal even op wilt. Ze heeft er barokviool en viola d’amore gespeeld, maar ook veel hedendaagse muziek gemaakt. Dat werd echt een specialisatie. Ze vindt het erg leuk om zich heel breed te oriënteren; zo heeft ze ook in theaters in kindermuziekvoorstellingen gestaan. Kamermuziek maken was wel een droom, maar het vinden van een groep die goed samenwerkt is niet gemakkelijk. In wat voor uiteenlopende samenstellingen en wat voor curieuze muziek ze ook speelde, het vertellen van een verhaal en daarmee iets overbrengen op het publiek is iets wat ze altijd ongelofelijk belangrijk heeft gevonden. Het is voor haar heel bijzonder om dit nu te kunnen doen in een strijkkwartet, met al die prachtige veelzijdige muziek die ervoor geschreven is.

Lotte de Vries

Lotte werd geboren in een muzikaal gezin, waar veel werd gezongen.

Met haar beste vriendin ging ze op haar vijfde op vioolles, want dat hadden hun ouders zo bedacht. Juf Josien le Coultre stelde al snel voor om de altviool te proberen; dat paste goed bij haar lange ledematen. Ze werd gegrepen door de diepe, melancholische en warme klank.

Het bleek een gouden greep; ze mocht al op haar elfde toetreden tot het Haydn Jeugd Strijkorkest, dat onder leiding stond van een zeer inspirerende musicus: Ben de Ligt. Het orkest leerde van hem ongelofelijk veel over verschillende soorten muziek maar vooral over samenspelen. Dat dat het leukste van de wereld is werd Lotte al snel duidelijk. Tijdens haar enigszins stormachtige pubertijd was het HJSO een constante factor; een plek waar ze zich altijd thuis voelde.  In die tijd begon ze ook met kwartetspelen.

Op de conservatoria van Amsterdam en Den Haag speelde ze in zoveel mogelijk ensembles; soms ook om daarmee minder prettige verplichtingen (zoals bepaalde theorievakken) nog wat uit te stellen. Ze voelde steeds duidelijker dat ze van samenspelen haar beroep wilde maken, in welke vorm dan ook! Haar docenten Marjolein Dispa en Ferdinand Ehrblich, allebei musici met een schat aan orkest- en kamermuziekervaring, hielpen haar daarbij fantastisch.

Haar baan bij de Radio Kamer Filharmonie was een geweldige ervaring. Ze had het er heel erg naar haar zin en leerde er elke dag. Inmiddels heeft ze een halve baan bij het Radio Filharmonisch Orkest. Maar haar oude droom om deel uit te maken van een strijkkwartet is altijd blijven bestaan.

Om kamermuziek te spelen op het hoogste niveau heb je mensen nodig met wie het op alle vlakken klikt. Tot haar grote geluk heeft ze die gevonden.

David Faber

Op zijn vijfde kreeg hij zijn eerste cellolessen. Hoewel hij vanaf dat moment altijd in ensembles heeft gespeeld, begon zijn liefde voor de muziek pas echt op te bloeien toen hij vanaf zijn twaalfde in grote orkesten begon te spelen. Het meeslepende laat-romantische of twintigste-eeuwse repertoire, de vele bijzondere concerten en de gezelligheid op tournees maakten het voor hem steeds duidelijker dat hij cellist wilde worden. De uiteindelijke keuze om naar het conservatorium te gaan nam hij op basis van zijn ervaringen bij het Ricciotti Ensemble.
Doordat hij eerst twee jaar aan de faculteit rechtsgeleerdheid had rondgehangen,
moest hij een inhaalslag maken. Gedurende zes studiejaren maakte hij zich onder begeleiding van Floris Mijnders en Dmitri Ferschtman de kunst van het cellospelen eigen, waarna hij zich vrij voelde om zijn nieuw verworven mogelijkheden volledig voor het strijkkwartet in te zetten. In het kwartet worden de grenzen van de musicus steeds verder opgerekt. Constant omringd door drie zeer begaafde en inspirerende mede-muzikanten, komt het nooit in hem op om zich niet volledig in te zetten. Daarnaast vind hij de rol van de cello het meest veelzijdig in een kwartet. Van een grondige baspartij die de andere drie moet kunnen dragen, via close-harmony tot een solo op grote hoogte.